Verhuur je je recreatiewoning kortdurend aan toeristen, dan val je sinds 1 januari 2026 onder het hoge btw-tarief van 21% (was 9%). Tegelijk blijft de woning in box 3 belast. Wat je met btw, de kleineondernemersregeling en box 3 moet, lees je hier op hoofdlijnen.

Ja. Kortdurende verhuur van een vakantiewoning aan gasten geldt fiscaal als het verstrekken van logies en is btw-belast. Sinds 1 januari 2026 geldt daarvoor het algemene tarief van 21%; tot en met 2025 was dat nog het verlaagde tarief van 9% (Rijksoverheid).
Je berekent de btw dan over de huurprijs die je gast betaalt en draagt die periodiek af aan de Belastingdienst. Verhuur je via een bemiddelaar, dan speelt de btw meestal ook een rol in de afspraken over prijs en commissie — controleer wie de btw afdraagt. Zie voor de bredere afweging tussen zelf verhuren en uitbesteden onze pijler je recreatiewoning verhuren.
Het kabinet heeft het verlaagde btw-tarief voor logies (hotels, vakantiehuizen, campings en kortdurende verhuur) per 1 januari 2026 laten vervallen. Daardoor valt kortdurende verhuur nu onder het algemene tarief van 21% in plaats van 9% (Rijksoverheid).
Concreet betekent dit voor jou als verhuurder:
De kleineondernemersregeling (KOR) is een vrijstelling voor kleine ondernemers met een jaaromzet tot € 20.000. Doe je mee, dan reken je geen btw aan je gasten en hoef je geen btw-aangifte te doen — maar je kunt de btw op je aankoop- en onderhoudskosten dan ook niet terugvragen (Belastingdienst).
Of de KOR gunstig is, hangt af van je situatie:
Bij btw-belaste verhuur mag je de btw op de aankoop, verbouwing, inrichting en het onderhoud naar rato terugvragen: voor het deel dat de woning zakelijk (verhuurd) wordt gebruikt. Gebruik je de woning deels zelf, dan tel je dat privédeel niet mee (Belastingdienst).
Let op de spelregels rond die teruggaaf:
Ja, in de regel valt een recreatiewoning die je verhuurt in box 3 (vermogen). Je betaalt dan geen belasting over de werkelijke huur, maar over een forfaitair rendement: voor onroerende zaken rekent de Belastingdienst met 6% van de waarde, en over dat rendement geldt een tarief van 36% (Belastingdienst).
Sinds 2026 telt bovendien het eigen gebruik mee: voor de dagen dat de woning voor jou beschikbaar is, geldt een bijtelling van 5,06% van de WOZ-waarde als voordeel. De woning blijft dus in box 3, óók als je verhuurt — de btw-heffing en de box 3-heffing staan los van elkaar. Meer over de forfaits, de vrijstelling en de tegenbewijsregeling lees je in box 3 en je recreatiewoning.
In de meeste gevallen is verhuur van één recreatiewoning normaal, passief vermogensbeheer en blijft het in box 3. Alleen als er sprake is van meer dan normaal vermogensbeheer — actieve arbeid en organisatie die tot een hoger rendement leiden — kan de opbrengst worden belast als winst uit onderneming of resultaat uit overige werkzaamheden (box 1), waar het werkelijke resultaat wordt belast tegen een progressief tarief.
Signalen die richting box 1 kunnen wijzen:
De grens tussen box 3 en box 1 is feitelijk en casuïstisch; bij twijfel — zeker bij meerdere woningen of veel eigen arbeid — is een fiscale toets verstandig.
Deze pagina geeft een algemeen overzicht van de hoofdlijnen en is nadrukkelijk geen belastingadvies. Btw, KOR en box 3 hangen sterk af van je persoonlijke situatie en de regels wijzigen regelmatig; raadpleeg een adviseur (belastingadviseur of accountant) voordat je keuzes maakt.
Bronnen: Belastingdienst — Logies (btw), Rijksoverheid — Btw op logies omhoog, Belastingdienst — Berekening box 3-inkomen. Laatst gecontroleerd: juli 2026.
Kortdurende verhuur van een vakantiewoning valt sinds 1 januari 2026 onder het algemene btw-tarief van 21%. Tot en met 2025 gold nog het verlaagde tarief van 9%. Je berekent de btw over de huurprijs die je gast betaalt en draagt die af aan de Belastingdienst.
Met de KOR (jaaromzet tot € 20.000) reken je geen btw aan je gasten en doe je geen btw-aangifte. Je kunt de btw op aankoop en kosten dan echter niet terugvragen. De KOR is vooral interessant bij weinig btw-belaste kosten en verhuur aan particulieren; bij een recente aankoop of verbouwing is btw terugvragen vaak voordeliger.
Bij btw-belaste verhuur kun je de btw op aankoop, verbouwing, inrichting en onderhoud naar rato van het zakelijke (verhuurde) gebruik terugvragen. Voor onroerend goed geldt een herzieningstermijn van tien jaar: verandert het gebruik binnen die periode, dan betaal je een deel terug. Met de KOR vervalt dit recht op aftrek.
Ja, in de regel valt een verhuurde recreatiewoning in box 3. Je wordt belast over een forfaitair rendement van 6% van de waarde, met daarnaast sinds 2026 een bijtelling van 5,06% van de WOZ-waarde voor eigen gebruik; over het rendement geldt 36% belasting. De box 3-heffing staat los van de btw. Zie box 3 en je recreatiewoning.
Als de verhuur uitstijgt boven normaal, passief vermogensbeheer — bijvoorbeeld meerdere woningen met veel eigen arbeid of hotelmatige extra diensten — kan de opbrengst als winst uit onderneming of resultaat uit overige werkzaamheden in box 1 vallen. Dan wordt het werkelijke resultaat progressief belast. De grens is feitelijk; laat dit bij twijfel toetsen.
Deze uitleg geeft de hoofdlijnen, maar is geen belastingadvies. Btw, KOR en box 3 hangen sterk af van je persoonlijke situatie en de regels veranderen regelmatig. Raadpleeg daarom een belastingadviseur of accountant voordat je definitieve keuzes maakt.
onboarding