De WOZ-waarde van je recreatiewoning wordt jaarlijks door de gemeente vastgesteld en is de basis voor de onroerendezaakbelasting (OZB) en sinds 2026 ook voor de box 3-bijtelling voor eigen gebruik. Een te hoge WOZ kost je dus dubbel — en daar kun je bezwaar tegen maken.

De WOZ-waarde (Waardering Onroerende Zaken) is de waarde die de gemeente jaarlijks vaststelt voor elk pand, ook voor je recreatiewoning. Die waarde staat op de WOZ-beschikking die je begin van het jaar op de gemeentelijke aanslag aantreft. De WOZ is de basis voor de onroerendezaakbelasting (OZB) en sinds 2026 óók voor de box 3-bijtelling voor eigen gebruik. Een hogere WOZ betekent dus hogere belasting.
Voor een recreatiewoning telt de WOZ op meerdere plekken door: gemeentelijke heffingen, je aangifte inkomstenbelasting en soms je opstalverzekering. Meer over de fiscale kant van het bezit lees je in onze pijler bezit en regels van een recreatiewoning.
De gemeente bepaalt de WOZ-waarde via modelmatige taxatie: ze schat de marktwaarde die je woning zou opbrengen op de waardepeildatum 1 januari van het voorgaande jaar. De WOZ voor 2026 is dus gebaseerd op de vermoedelijke verkoopprijs op 1 januari 2025.
De taxatie kijkt onder meer naar:
Omdat de WOZ de waarde van een jaar eerder weerspiegelt, loopt hij altijd iets achter op de actuele markt. De Waarderingskamer — de landelijke toezichthouder op de WOZ — verwacht voor 2026 een gemiddelde WOZ-stijging van ruim 10%, doordat de woningprijzen rond de peildatum fors waren gestegen. Zie Rijksoverheid en de Waarderingskamer voor de uitleg en de landelijke cijfers.
Bij een recreatiewoning is de modelmatige taxatie lastiger dan bij een gewone woning, waardoor de WOZ vaker afwijkt van de werkelijke waarde. De reden: er zijn minder vergelijkbare verkopen, en factoren die de marktwaarde juist drukken worden niet altijd goed meegenomen.
Punten die bij een recreatiewoning specifiek meespelen:
Loop de WOZ-beschikking daarom kritisch na en vergelijk met wat vergelijkbare woningen op het park daadwerkelijk hebben opgebracht. Wijkt de WOZ duidelijk af, dan is dat een grond voor bezwaar.
De WOZ-waarde werkt op twee manieren door in je lasten. Ten eerste de OZB: de gemeente heft die als een percentage van de WOZ, dus een hogere WOZ betekent direct meer OZB. Ten tweede, sinds 2026, de box 3-bijtelling voor eigen gebruik: gebruik je de recreatiewoning (deels) zelf, dan telt de Belastingdienst 5,06% van de WOZ-waarde mee als voordeel, naar rato van het aantal dagen dat de woning voor eigen gebruik beschikbaar is.
Reken je box 3-post globaal na: 5,06% van de WOZ, vermenigvuldigd met het aandeel eigen-gebruiksdagen in het jaar, vormt de bijtelling die bij je rendement in box 3 wordt opgeteld. Bij een hoge WOZ loopt dat snel op — reden te meer om te controleren of de waarde klopt. De precieze berekening staat bij de Belastingdienst; de bredere uitleg van box 3 voor je recreatiewoning vind je in onze gids box 3 en je recreatiewoning.
Een lagere WOZ verlaagt dus je lasten dubbel: minder OZB én een lagere box 3-bijtelling. Daarom loont het om een te hoge WOZ aan te vechten.
Vind je de WOZ te hoog, dan kun je gratis bezwaar maken bij de gemeente. Dat moet binnen zes weken na de dagtekening van de WOZ-beschikking. Vraag eerst het taxatieverslag op — daarin staat op welke gegevens en referentieverkopen de gemeente de waarde baseerde.
Doorloop de volgende stappen:
Je kunt zelf bezwaar maken; dat is kosteloos en vaak effectief bij duidelijke onjuistheden. Let op bij commerciële "no cure no pay"-bureaus: de gemeente vergoedt hun kosten, maar ze verdienen aan een lage schatting en zijn niet altijd nodig. De Waarderingskamer legt uit hoe de bezwaarprocedure werkt.
Een lagere WOZ verlaagt je OZB en box 3-bijtelling, maar er zijn situaties waarin een hogere WOZ juist prettig is. De WOZ is namelijk ook een officiële waarde-indicatie die anderen gebruiken.
Weeg mee dat een hogere WOZ kan helpen bij:
Voor de meeste eigenaren van een recreatiewoning wegen de jaarlijkse lasten (OZB plus de box 3-bijtelling) echter zwaarder dan het incidentele voordeel van een hoge WOZ. Controleer de beschikking dus elk jaar, en maak bezwaar als de waarde aantoonbaar te hoog is. Terug naar het overzicht: bezit en regels van een recreatiewoning.
Bronnen: Rijksoverheid — Waardering onroerende zaken (WOZ), Waarderingskamer — WOZ-waarden 2026, Belastingdienst — Berekening box 3-inkomen 2026. Laatst gecontroleerd: juli 2026.
De gemeente stelt de WOZ-waarde jaarlijks vast op basis van een modelmatige taxatie naar de waardepeildatum van 1 januari van het voorgaande jaar. Je vindt de waarde op de WOZ-beschikking die je begin van het jaar ontvangt. De landelijke Waarderingskamer houdt toezicht op de kwaliteit van die taxaties.
De WOZ is de basis voor de onroerendezaakbelasting (OZB) en sinds 2026 ook voor de box 3-bijtelling voor eigen gebruik van je recreatiewoning. Daarnaast dient de WOZ als officiële waarde-indicatie bij bijvoorbeeld verkoop, financiering of verzekering.
De Waarderingskamer verwacht voor 2026 een gemiddelde WOZ-stijging van ruim 10%. Dat komt doordat de WOZ 2026 gebaseerd is op de woningprijzen rond 1 januari 2025, die fors waren gestegen. De stijging verschilt per gemeente en per type object.
Bij recreatiewoningen zijn er minder vergelijkbare verkopen en spelen waardedrukkende factoren mee die het taxatiemodel niet altijd goed verwerkt: grond in erfpacht, een recreatiebestemming zonder permanent wonen, verplichte parkkosten en beperkte verkoopbaarheid buiten het park. Daardoor kan de WOZ te hoog uitvallen.
Maak binnen zes weken na de dagtekening van de WOZ-beschikking gratis bezwaar bij de gemeente. Vraag eerst het taxatieverslag op, controleer de objectgegevens en referentieverkopen, en onderbouw je bezwaar met recente verkoopprijzen of waardedrukkende bijzonderheden. Krijg je gelijk, dan verlaagt de gemeente de WOZ en betaalt ze te veel betaalde OZB terug.
Sinds 2026 telt de Belastingdienst voor eigen gebruik 5,06% van de WOZ-waarde mee als voordeel, naar rato van het aantal dagen dat de woning voor eigen gebruik beschikbaar is. Die bijtelling wordt bij je rendement in box 3 opgeteld. Een lagere WOZ verlaagt dus zowel je OZB als je box 3-bijtelling. Zie onze gids box 3 en je recreatiewoning.